Pers
recensies
Flamingo’s in de polder
Als de komiek zelf de loser wordt, door Karel Michiels, De Standaard, vrijdag 6 maart 2009
Aalst. Begijn Le Bleu is geen vaste klant in Comedy Casino, noch in het stand-upcircuit van clubs en jeugdhuizen. Maar hij won in 2005 wel het Nederlandse cabaretfestival Cameretten en zijn debuut De Prins op het witte Paard behoorde tot het beste tragikomische theaterwerk dat wij al gezien hebben. Le Bleu is geen komiek die een spervuur van grappen afvuurt, eerder een komische verteller in de traditie van Dario Fo. En een prima acteur. In Flamingo’s in de Polder voert Begijn zijn vertrouwde typetjes op. sukkels en losers zijn het, zeker in vergelijking met de van zelfvertrouwen blakende cabaretier. Die strooit kwistig met grappen en knipoogjes – wat kan hem nog gebeuren?
Maar dan raakt hij betrokken bij een ongeval, schitterend beschreven als een filmscène in slowmotion. Het is een oude klasgenoot die hem letterlijk voor de wielen komt gereden, en zo een doos vol herinneringen opent. Het woord oudercontact krijgt een nieuwe betekenis, en we kunnen ons nu ook iets voorstellen bij figuurkakken.
Maar het zijn Ali, de eerste Marokkaan op school, en Sammy, een zielige snotneus, die de show stelen. Of moeten we zeggen: die door de verteller belachelijk worden gemaakt? Het zijn harde, vernederende opmerkingen die hij maakt, en schijnbaar respecloze, zelfs racistische typeringen. Haal die sketches uit hun context en ze zouden alweer heel wat mensen tegen de borst stoten. De vraag is nog maar waar het publiek in Aalst mee lachte: met de clichégrappen zelf, of met de dubbele bodem die je wel de hele tijd vermoedt maar die pas op het einde echt zichtbaar wordt.
In het laatste deel van de voorstelling wordt de vulgaire illusie dan toch doorgeprikt. ‘Ons kun je niet vatten in een typetje en een paar flauwe grappen’ zegt een personage. De zelfbewuste cabaretier dacht dat hij de wereld in zijn hand had. Natuurlijk heeft hij niets tegen Marokkanen, gehandicapten en andere sukkelaars, maar een mens mag toch al eens lachen? Tot hij zelf anders en kwetsbaar is.
Hopelijk gaat die gedachte niet verloren in de vloed van platte grappen die Le Bleu over ons uitstort. Hoewel hij ook ons onbedaarlijk aan het lachen wist te brengen. Flamingo’s in de Polder is niet enkel een erg mooie voorstelling, het is ook een boeiend maatschappelijk experiment.
www.wittenond.be, door Flienstone
Begijn Le Bleu zette zijn zijn eerste stapjes in het cabaret in 1999 met zijn eerste programma ‘Tante Tiet’. Het bezorgde hem een plaatsje in de finale van het Humorologieconcours in 2000. Daarna volgden ‘De Aarsengel’, ‘De prins op het witte paard’ en een overwinning op het prestigieuze Camerttenfestival in Nederland. Anno 2009 staat hij op de planken met ‘Flamingo’s in de Polder’ dat in première ging op 20 februari in CC Evergem.
Begijn heeft een rendez-vous voor een interview bij een Nederlandse radiozender, maar obstakels onderweg maken het hem verdomd moeilijk zijn afspraak na te komen. Meegesleurd door het noodlot sukkelt hij van de éne ontmoeting met een maatschappelijk randgeval naar het de andere. Deze ontmoetingen brengen hem in een spiraal van confronterende situaties die zullen uitmonden in een tragische climax, waarbij Begijn catharsisgewijs aan den lijve ondervindt hoe het voelt om tot aan de rand van de maatschappij te worden gedreven.
Het verhaal op zich is niet indrukwekkend, alle aandacht gaat dan ook uit naar de inkleuring ervan. Begijn is namelijk meesterlijk in het plastisch omschrijven van locaties (zoals het lokale café voor marginalen) , voertuigen (zoals de opgefokte scooter op drie wielen) en personen. Hij doet hierbij beroep op alle zintuigen van de toeschouwer, heeft oog voor detail en voegt af en toe nog wat extra cachet toe door het inlassen van een poëtische beeld. Daarbovenop krijgen we de verschillende personages die Begijn zelf speelt zoals de laagbegaafde Sammy, de allochtone Ali of de kettingrokende Duiste cafébazin die haast uit haar te korte rokje barst. Ze worden met verve neergezet en vormen de fundamenten van de voorstelling.
‘Flamingo’s in de Polder’ is een stuk verteltheater waarin ook ruimte is voor stiltes, stiltes die inslaan als een bom. Deze momenten fungeren als het ware als een spiegel die de toeschouwer confronteert met zijn eigen gedachten over en gedrag ten opzichte van mensen die aan de rand van de maatschappij leven. Het is geen vrolijk verhaal dat Begijn vertelt, het laat je voelen wat de consequenties van jouw ongevoeligheden kunnen zijn en hoe je dat eigenlijk pas beseft als jezelf in de positie van die andere wordt gedwongen. Toch kan er ook hartelijk gelachen worden. Begijn zoekt zijn grappen geregeld in het scatologische of het sexuele en het zijn ook die grappen die het meeste succes blijken te oogsten.
Begijn Le bleu onderscheidt zich met zijn verhalend typetjes cabaret van de doorsnee comedian die we vandaag de dag in Vlaanderen aan het werk zien. Hij kiest niet voor een spervuur aan grappen, maar voor een kleurrijke vertelling waarin inleveving en confrontatie (zonder te moraliseren) de sleutelwoorden zijn. Het simpele verhaal heeft een sterke fundering in de karaktervolle personages. Wie openstaat voor een subtielere vorm van humor en kan genieten van mooi ‘typetjes’-spel zal ‘Flamingo’s in de Polder’ zeker kunnen smaken.
Achterkant van humor door Jozien Vos, De Noordoostpolder, dinsdag 2 december 2008
‘Het leven is als een rivier vertelt de Vlaamse cabaretier Begijn Le Bleu en hij neemt ons mee naar de bocht, waar de stroom trager is en bruine vlokken dobberen tussen voos plastic en andere rommel. De winnaar van het camerettenfestival 2005 vertelt dat hij avond aan avond volle zalen trekt. Zaterdagavond 29 november in theater ‘t Voorhuys in Emmeloord is dat niet helemaal gelukt. Zijn verhaal begint in Antwerpen. Hij komt in een weinig humorvolle situatie terecht. Deze stevige rasverteller met zijn muzikale stem die vele stemmingen tevoorschijn tovert, voert verschillende personages ten tonele. Hij vertelt vanuit verschillende hoeken een absurd, maar onafwendbaar ongeluk. Hij voert je al lachend mee in beelden die passen in een nachtmerrie. Eerst wordt er gelachen, dan wordt het doodstil. Het lachen verandert in stilte en afgrijzen. Het is of hij door een keerpunt gaat en de achterkant van de humor betreedt. Hij loopt een rondje, komt weer in het licht met een andere stap, een staccato stem en voert zijn gehoor mee naar café ‘het polderland’, ‘als je daar binnenstapt ben je een ramptoerist’.
‘Ik wil die cafébazin wel eens voor u beschrijven. Als ze naar jou kijkt, wordt je als man 10 jaar’. Al lopend en gebarend verandert hij in deze bazin en danst zelfs met haar, tot hij zich ‘verstruikelt’. Absurd, lachwekkend en triest, het wordt stil en onbehaaglijk. ‘En nu vraag ik u Emmeloord, denk met mij mee’. En hij voert zijn publiek in situaties, die je achteruit doen deinzen in een verpauperde buurt in lichte staat van ontbinding. En hij loopt verder. Maar het gaat nergens te ver. Zijn passen brengen ons door het keerpunt naar het volgende verhaal. Een verhaal dat begon op de lagere school met pesten en dat door hekenning na het ongeluk van slachtoffer verandert.
Wie zich had verheugd op een avond gezellig lachen cabaret , is tussen humor en tragiek beland. Het is een ijzersterke verteller die met humor in de duistere krochten van de mens stapt en de stilte vindt. Hij drinkt Duvel en hij speelt ermee.
Begijn is een cabaretier die je in situaties brengt waar je geen raad mee weet. Maar Begijn Le Bleu gaat daar doorheen en betreedt de achterkant in stilte.’
Begijn Le Bleu speelt verschillende typetjes met verve, door Annet de Jong in De telegraaf, 14 november 2008
De Vlaamse cabaretier Begijn Le Bleu won in 2005 het cabaretfestival Cameretten. Memorabel was zijn absurdistische act met een stuk of honderd sneeuwdoosjes: Le Bleu op zijn knieën die als een gek in de weer was om het in alle glazen huisjes tegelijk te laten sneeuwen. Maar de Vlaming is niet langer de vertegenwoordiger van het absurdistisch Vlaams cabaret.
In zijn nieuwe programma ‘Flamingo’s in de polder’ vertelt hij een verhaal met een kop en een staart over de zelfkant van de samenleving. Hij staat alleen op het toneel en heeft niet meer dan een paar lampen en een krukje. Er zijn momenten dat je denkt met de Vlaamse Theo Maassen van doen te hebben: groot postuur, brutale kop, luide stem, fantastische mimiek, scherpe timing. Alleen Le Bleu suggereert meer diepgang dan zijn verhaal heeft.
Het zou flauw zijn om alles weg te geven, maar in grote lijnen gaat het over Le Bleu zelf die onderweg van Antwerpen naar amsterdam betrokken raakt bij een verkeersongeluk tussen twee driewielers die worden bestuurd door gehandicapten. De verkreukelde jongen die voor zijn bumper ligt, blijkt zijn oud-klasgenoot Sammy, een jongen die hij vroeger graag pestte samen met zijn Marokkaanse vriend Ali, omdat Sammy’ s moeder een hoer was. Uiteraard speelt Le Bleu al deze types met verve (vooral de hoer!) alleen de licht spastische Sammy werkt op den duur vermoeiend. Als hij met Sammy naar café De Polder gaat, wordt hij keihard geconfronteerd met zijn verleden.
Le Bleu is een smakelijk verteller en toneelspeler: eigenlijk is Flamingo’s in de polder’ een toneelstuk waarin hij alle rollen zelf speelt. De fototentoonstelling van Stef Renodeyn over de zelfkant van Antwerpen reist mee met Le Bleu. De twee totaal verschillende benaderingen van de verschoppelingen van de maatschappij vormen een mooi contrast.
Flamingo’s in de polder, door K. Bogaert, ///get funky!
Soms komen we na een film-, theater-, of cabaretvoorstelling buiten, elkaar in de zij pokend van “goed(e) stuk/film/voorstelling” waarna we tot de orde van avond overgaan en ons laveloos zuipen. Soms zit je al halverwege een voorstelling te denken van “heb ik de deur in het slot gedaan toen we thuis vertrokken?” en heel af en toe mag je al tijdens de voorstelling rochelend, spuwend en boe roepend de zaal uitvluchten bijvoorbeeld bij “August, August, August” van de Paardenkathedraal. Maar heel af toe kom je uit een zaal, en weet je het niet. Echt niet, je hebt net iets gezien dat peutert, duwt, trekt, schuurt en misschien vooral intrigeert. “Flamingo’s in de Polder” van Begijn Le Bleu is zo’n voorstelling waar ons gezelschap zich niet echt meteen raad mee wist. Wie nu zegt “Begijn wie?” raad ik aan man’s bio te lezen op www.begijnlebleu.be alwaar vooral de Nederlandse appreciatie opvalt.
Maar Begijn Le Bleu gaat dus binnenkort Vlaanderen rondtrekken met een verhaal over personages uit de zelfkant van het leven. De post rekwisieten zal niet echt een fiscaal voordeel opleveren voor Le Bleu want naast sober licht moet de man het doen met een lege bierbak en een bandana. Neen. Fout, Le Bleu heeft vooral zichzelf als rekwisiet. Hij acteert op een hoog niveau en elke morsige schlemiel die hij opvoert staat ook daadwerkelijk op het podium. Dit is geen stand-up comedy, dit is geen Helsen, dit is niet de grote schaterlach noch het kleine monkelen dit was vooral een reis door het absurde universum van Le Bleu.
De gevreesde try-out-itis maakte helaas dat de balans tekst/acteur/publiek niet altijd even sterk stond. Nu is het cultureel centrum van Merelbeke (dat om één of andere bizarre reden in the middle of nowhere tussen velden ligt) met zijn abonnees nu ook niet meteen de ideale biotoop voor Le Bleu’s absurdistan en het moment dat hijzelf dit doorprikt was een hoogtepunt in de voorstelling. Of die abonnees daar hetzelfde van dachten blijft de vraag maar wat zeker is: de dag na de voorstelling liep de discussie tussen ons gezelschap verder en da’s meestal een goede graadmeter voor de kwaliteit.
Kortom, van alles wat ik laatste jaren op een podium heb zien staan onder de noemer “humor” is Begijn Le Bleu het buitenbeentje. Niet te catalogeren en bij deze dus een uitdaging voor u en mij. Neem ze aan en rep u naar “Flamingo’s in de Polder” het zal u niet spijten, echt niet. Tenzij u gisteren naar “August, August, August” bent gaan zien, dan begrijp ik dat u de eerste jaren niet meteen terug in een theater wil. U bent bij deze verontschuldigd.
