Blog
10 maart
Voor het moment ben ik op vakantie in een Westvlaams boerengat. Een dorpje dat tijdens de Eerste Wereldoorlog volledig van de kaart werd geveegd en in het begin van de jaren twintig werd heropgebouwd. Ik verblijf in een hoeve met uitzicht op een merkwaardig en bijzonder groot gebouwencomplex dat drie etages hoog is. Een vleesbedrijf. Een slachthuis dat ook vlees verwerkt. Begonnen als een eenvoudig beenhouwerke en uitgegroeid tot een mastodont waar 1.300 mensen in werken. Het bedrijf is gelegen tegenover het pittoreske kerkje van het dorpje. Een onwezenlijk zicht. Ook ’s nachts is er bedrijvigheid. Er schijnt koud TL-licht door de ramen, de vrachtwagens laten hun rode staarten branden en twee schouwen spugen grote rookwolken. De vergelijking met Auschwitz is niet veraf. Op dezelfde industriële wijze worden hier levende wezens afgemaakt. Want wij willen biefstuk op ons bord. Snel en seignant. Ik probeer voor mezelf uit te maken wat het doden van dieren op grote schaal verantwoorder maakt dan het doden van mensen op grote schaal. Werkgelegenheid? Honger? Dieren zijn een lager ‘ras’? Het stilt onze (economische) honger. Dat is alles. Het zou best anders kunnen, denk ik dan. Een beetje minder vlees eten, bijvoorbeeld.
Dat ze hier, in deze vakantiehoeve, uitgebluste paardjes nog een leuke, oude dag willen geven, spreekt dan ook weer boekdelen. Het zijn dit soort, haast hilarische, tegenstellingen, die van het leven een kluwen maken van verschillende belangen, verlangens en idealen.
De grond die bijna honderd jaar geleden werd omgeploegd met afgeslachte jonge levens, wordt nu bereden door vrachtwagens volgeladen met hespen, koteletten en varkenskoppen. Allons-y!
Voor de liefhebbers: drama-queen Morrissey on MEAT… grrrrrrrr!!!
18 februari
Eigen stoef stinkt :
Dhr. Frank komt uit Brielle, Nl.
Hij tekende tijdens mijn voorstelling onderstaande prent die vandaag met de post arriveerde.
12 februari
Gisteren zag ik ‘Zoals de dingen gaan’ van Peter de Graef voor de tweede keer. Ik kan namelijk nog veel leren van Peter de Graef. Peter de Graef kan mooie teksten schrijven. Peter de Graef kan dat schoon brengen. Er zijn weinig voorstellingen die mij zo beroeren dan die van Peter de Graef. Onthoud die naam nu maar: Peter de Graef.
Toen ik in Nederland speelde vroeg een schouwburg eens 18 Euro voor een ticket voor mijn voorstelling. Ik heb voor mezelf geen 18 Euro over als ik Peter De Graef op een podium zie. Ik gaf gisteren 10 Euro voor Peter de Graef… Iemand die zijn teksten af en toe laat dobberen in de stilte. Die precies observeert. Die de lach laat balanceren. Die raakt.
Onlangs raakte bekend dat Peter de Graef (weeral) geen projectsubsidies krijgt voor volgend jaar. Niet dat de anderen geen subsidies mogen krijgen. Ik heb te weinig verstand van zulke zaken om me daarover uit te laten.
Maar wat Peter de Graef zegt en doet in zijn voorstellingen is van belang, volgens mij. Op zijn eigen, unieke manier geeft Peter de Graef gestalte aan een aantal ideeën die er toedoen. Of zoals Peter de Graef het zelf schrijft: ‘Ik heb het in al mijn stukken over het menselijk bewustzijn, ons denken, ons voelen, ons handelen en hoe dat op elkaar in speelt en de omstandigheden creeert waarin we terecht komen …’
Ga kijken naar ‘Zoals de dingen gaan’ van Peter de Graef
www.dwama.be
28 januari
‘Hiemwoetekiejluusterennoasihuuros.’ Dries is Westvlaming. Dries spoort mij aan naar Sigur Ros te luisteren. Een Ijslandse muziekgroep. Een contradictio in terminis. Maar goed, ik luister graag naar Dries. Ik kocht ‘Takk’ van hen.
Hun nummers zijn lang, hun videoclips traag en bovendien zingen ze in het IJslands. Ijslands klinkt als een contactadvertentie: mn, 45 jr, zkt vrw. De zanger van de groep kijkt met zijn linkeroog in je rechterbroekzak zodat je niet anders kunt dan besluiten dat hier een geboren loser aan het werk is. Maar, en je voelt ‘em al lang komen, stap voor stap sluipen ze je hart binnen en beginnen alle opgestapelde vooroordelen te slopen. Hun nummers blijken panorama’s van wijde horizonten. Af en toe maken ze een nummer op een volstrekt verantwoorde manier naar de knoppen. Alsof elk nummer een soort oerknal is waarna alle brokstukken uitdijnen in de stilte van de oneindigheid.
‘Hoppipolla’ is een van hun klassiekers. Herhaal het woord drie keer na elkaar en je wordt instant gelukkig. Alles klopt aan deze muziek. En dat ze zingen in het IJslands is een noodzaak. Er is geen andere keuze.
Dat echte schoonheid van binnen komt, wilde ik nog schrijven. Maar omdat het zo’n reuze-cliché is zal ik dat niet doen. Laat ik zwijgen. De muziek doet de rest. Kijk, luister en geniet:
27 januari
‘En?’ vroeg de journaliste aan de man. ‘Wel’, zei hij, ‘Daar zijn geen woorden voor’.
Het drama in Dendermonde liet weinigen onberoerd. Het nieuws, en alles wat daar voor moest doorgaan, verspreidde zich sneller dan het geluid. Ik las vermoeiende getuigenissen, zag bedenkelijke foto’s en zette de radio uit nadat die man ‘Daar zijn geen woorden voor’ had geantwoord. Die ‘En?’ was er teveel aan voor mij. Die ‘En?’ stond symbool voor alle sensatiezucht van de afgelopen dagen.
22 januari
Slechte gewoontes, deel 1: ik wil alle woorden lezen die er te lezen vallen. Sta ik oliebollen te bakken en heb ik onder mijn frituur reclameblaadjes liggen, dan sta ik de verbazingwekkende kortingen bij Gamma te lezen…
Zo las ik onlangs in een krant de ‘BV-barometer’, een soort hitparade voor de grootste BV, met daarbij de hilarische opmerking: ‘Hoe meer je opvalt in een krant of tijdschrift, hoe hoger je scoort. Op TV krijgen BV’s meer punten voor een babbel in een talkshow, dan voor actie in een showbizzprogramma’. Op nummer 1 stond Bart De Wever met als bijschrift: deed 10 keer mee in de ‘Slimste mens’. Op nummer 10 stond Lyndsey Pfaff: liet haar huis zien in een weekblad.
Op zulke momenten begin ik schuimbekkende conservatieve bompa-neigingen te vertonen. Meestal surf ik dan naar youtube (slechte gewoontes, deel 2) en word pas twee uur later wakker om te constateren dat ik eigenlijk nog niks nuttigs voor de mensheid heb gedaan die dag. Ik weet het: domheid bestrijden is als een man achternaspringen die in drijfzand wegzakt, maar ik ben een zwak, nietig mensje in een oneindig uitdijnend heelal. En ja, ook ik loop soms gebocheld in een vraagteken rondjes te draaien in mijn woonkamer terwijl ik ‘Waarom ben ik niet beroemd?’ als een mantra op het puntje van mijn tong murmel. Kortom: ik bezit ook de illusie uitverkoren te zijn. Maar er zijn, verdomme, grenzen (daar is bompa weer).
Hoe meer ik op een podium sta, hoe meer ik tot het besef kom dat ik een doorgeefluikje ben. Zo eentje waar een drukke, bezwete kok af en toe de gangen van een menu inschuift, op een belletje slaat en hop! Volgende!
Meer is er niet. Toegegeven; ook niet minder. Maar mijn zintuigen staan nu eenmaal afgesteld op wat er rondom mij gebeurt en daar wil ik iets mee doen. Dat talent werd mij gegeven. Als mens kun je dat bijstellen. Je traint het, je zet je in en neemt je verantwoordelijkheid op van een aantal keuzes. En nu ik dit opschrijf kom ik tot de constatatie dat zoiets makkelijker geschreven is dan gedaan. Wat ik wil zeggen: staande ovaties of boe-geroep doen niks af of bij aan ‘de zaak’. Ik probeer mijn job zo goed mogelijk te doen. Al de rest is zever in pakjes.
Ik beloof u: als ik ooit word uitgenodigd voor een babbel in een talkshow zal ik mijn achterste ontbloten zodat de redactie van de BV-barometer kan schrijven: Begijn Le Bleu: nummer 1: liet zijn bloot gat zien tijdens een babbel met Phara.
18 januari
Into the wild is een film gebaseerd op een waargebeurd verhaal: Amerikaan Christopher McCandless laat alles en iedereen achter en probeert zonder bezittingen zijn weg te vinden in de wildernis van Alaska. Hij blijkt niet over de middelen en de kennis te beschikken om dit avontuur heelhuids te overleven en komt, na een voedselvergiftiging, om het leven.
In tijden waar vrijwel alles in competitievorm wordt gegoten kon ik besluiten dat hij flink op zijn bek was gegaan. Ofwel was hij een geniale lefgozer. Het was in ieder geval een kwestie van uitersten. Van dualiteiten.
Maar vanuit het standpunt van McCandless krijgt ‘het’ een veel breder perspectief. Het is noch applaus noch boe-geroep waar hij op uit was. Hij wou ‘het’ op zijn minst een kans geven. ‘Het’ niet laten smoren in de kiem. Pas dan had hij het recht om op zijn bek te gaan.
‘I read somewhere how important it is in life not necessarily to be strong, but to feel strong. To measure yourself at least once.’
In verband hiermee vond ik een youtube-filmpje: ‘It doesn’t matter if you die for it’, door Krishnamurti: ‘Everybody says: ‘become a businessman’…
Klik op de foto.



